ECLI:NL:CRVB:2019:549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand met toepassing zesmaandenjurisprudentie per afzonderlijke periode
Appellante ontvangt sinds eind 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. Over twee perioden heeft zij inkomsten uit WW-uitkeringen ontvangen en dit ook gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Het college herzag de bijstand en vorderde terug tot ruim €8.200, later verlaagd tot circa €3.300 vanwege het niet tijdig reageren op signalen. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de hoogte van de terugvordering betrof en stelde deze vast op €2.766,80, waarbij zij de peildatum voor de zesmaandenjurisprudentie per periode hanteerde.
Appellante betwistte dit in hoger beroep, stellende dat de peildatum voor beide perioden 1 maart 2014 zou moeten zijn. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat voor elke periode een afzonderlijk signaal geldt, waardoor de terugvordering beperkt blijft tot zes maanden na elk signaal. Het hoger beroep wordt verworpen en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wordt beperkt tot zes maanden na elk afzonderlijk signaal.