ECLI:NL:CRVB:2019:553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in inkomsten kapperswerk
Appellante ontving bijstand tot 1 januari 2016 en vroeg op 17 juni 2016 opnieuw bijstand aan. Het college wees de aanvraag af omdat appellante onvoldoende gegevens verstrekte over haar inkomsten uit kapperswerk tussen 1 januari en 24 mei 2016, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De aanvrager moet feiten en omstandigheden aannemelijk maken die recht geven op bijstand, waaronder volledige openheid over de financiële situatie. Appellante leverde slechts een lijst met klantnamen en enkele agenda’s, zonder voldoende onderbouwing van haar inkomsten. Het ontbreken van administratie kwam voor haar rekening.
Ook het ontvangen van alimentatie, toeslagen en hulp van derden deed niet af aan de verplichting tot inzicht. Het college kende later bijstand toe op basis van een nieuwe aanvraag, maar dat maakte de eerdere afwijzing niet onterecht. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in inkomsten uit kapperswerk.