Uitspraak
18.1819 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de jaarlijkse tegemoetkoming arbeidsongeschikten werd toegekend en verzocht tevens om vergoeding van schade.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond omdat de beroepsgronden onvoldoende specifiek waren en oordeelde dat het UWV terecht de tegemoetkoming had toegekend. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij niet arbeidsongeschikt is en daarom geen recht zou hebben op een Wajong-uitkering en de bijbehorende tegemoetkoming. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 3:75 Wajong Pro recht op tegemoetkoming bestaat indien op 1 juli recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Aangezien niet in geschil is dat appellant aan deze voorwaarden voldeed en een Wajong-uitkering ontvangt, is de toekenning van de tegemoetkoming terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding, waaronder wettelijke rente, wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de jaarlijkse tegemoetkoming en wijst het verzoek om schadevergoeding af.