ECLI:NL:CRVB:2019:560

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 februari 2019
Publicatiedatum
20 februari 2019
Zaaknummer
18/1819 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:75 Wajong
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning jaarlijkse tegemoetkoming arbeidsongeschikten en afwijzing schadevergoeding

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de jaarlijkse tegemoetkoming arbeidsongeschikten werd toegekend en verzocht tevens om vergoeding van schade.

De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond omdat de beroepsgronden onvoldoende specifiek waren en oordeelde dat het UWV terecht de tegemoetkoming had toegekend. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij niet arbeidsongeschikt is en daarom geen recht zou hebben op een Wajong-uitkering en de bijbehorende tegemoetkoming. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 3:75 Wajong Pro recht op tegemoetkoming bestaat indien op 1 juli recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Aangezien niet in geschil is dat appellant aan deze voorwaarden voldeed en een Wajong-uitkering ontvangt, is de toekenning van de tegemoetkoming terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding, waaronder wettelijke rente, wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de jaarlijkse tegemoetkoming en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Uitspraak

18.1819 WAJONG

Datum uitspraak: 20 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 maart 2018, 17/3531 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2019. Appellant is verschenen. Het Uwv is – met bericht – niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.
Bij besluit van 16 september 2017 heeft het Uwv de jaarlijkse tegemoetkoming arbeidsongeschikten ten bedrage van € 176,27 netto aan appellant toegekend.
1.2.
Bij besluit van 4 oktober 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 september 2017 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het beroepschrift geen specifieke individueel op de zaak toegespitste beroepsgronden bevat. Wat appellant tegen het bestreden besluit heeft ingebracht is te onbepaald om daar op in te gaan. In elk geval kan dit niet leiden tot het oordeel dat het Uwv geen jaarlijkse tegemoetkoming arbeidsongeschikten over 2017 aan appellant behoeft uit te keren. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een veroordeling tot een schadevergoeding ten gunste van appellant.
3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat – onder meer het Uwv – hem onjuist heeft behandeld. Appellant heeft dat uitgebreid beschreven. Appellant heeft ter zitting toegelicht dat hij niet arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Dit brengt volgens hem met zich dat hij ook geen recht heeft op een tegemoetkoming arbeidsongeschikten op grond van de Wajong. Appellant heeft tevens verzocht een schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Op grond van artikel 3:75 van Pro de Wajong heeft de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer recht op een tegemoetkoming. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant ten tijde van het nemen van het bestreden besluit aan deze voorwaarden voldeed en ook nu een Wajong-uitkering ontvangt. Dit betekent dat het Uwv appellant terecht de jaarlijkse tegemoetkoming heeft toegekend. Appellant heeft ter zitting verklaard het niet oneens te zijn met de hoogte van de tegemoetkoming.
4.2.
Uit wat in 4.1 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade zal worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • bevestigt de aangevallen uitspraak;
  • wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2019.
(getekend) H.G. Rottier
De griffier is verhinderd te ondertekenen.
md