ECLI:NL:CRVB:2019:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging recht op ziekengeld na hartinfarct
Appellant was werkzaam als lader en losser en meldde zich ziek na een hartinfarct met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant per 5 september 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
Appellant meldde zich opnieuw ziek in januari 2016 en het UWV stelde opnieuw vast dat hij geen recht meer had op ziekengeld per 29 februari 2016, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts die appellant geschikt achtte voor geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de klachten waren meegewogen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad bevestigde dat appellant recht heeft op ziekengeld alleen bij ongeschiktheid voor zijn oude werk of gangbare arbeid na 52 weken, en concludeerde dat appellant geschikt is voor ten minste een van de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.