ECLI:NL:CRVB:2019:640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek en ongeschiktheid voor ziekengeld
Appellante was werkzaam als thuishulp toen zij zich in 2010 ziek meldde met rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 19 oktober 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde haar ziekengeld. Na meerdere ziekmeldingen en onderzoeken, waaronder een eerstejaars Ziektewet-beoordeling, stelde het UWV per 4 december 2015 vast dat appellante geschikt was voor bepaalde functies en geen recht meer had op ziekengeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar rugklachten en artrose in ernstige mate waren verslechterd, onderbouwd met medische informatie, waaronder een radioloograpport uit 2016. De Raad beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en concludeerde dat de verzekeringsartsen geen onjuist beeld hadden van haar medische situatie op de datum in geding.
Hoewel een functie (monteur elektronica-assemblage) vanwege aangescherpte beperkingen verviel, bleef appellante geschikt voor andere geselecteerde functies. De Raad volgde het UWV in het standpunt dat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor deze functies, en bevestigde daarmee het besluit dat zij geen recht meer heeft op ziekengeld per 4 december 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellante per 4 december 2015 geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.