ECLI:NL:CRVB:2019:646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-aangetoond vermogen in buitenland
Appellanten ontvingen vanaf augustus 2010 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat appellanten eigenaar waren van bouwgrond in Turkije waarop een woning was gebouwd. Hoewel de woning niet officieel geregistreerd stond, beschikten appellanten over de grond en hadden zij geen melding gemaakt van dit vermogen.
De Svb trok de AIO-aanvulling in en vorderde de kosten terug, omdat appellanten niet hadden aangetoond dat zij niet over vermogen boven de vermogensgrens beschikten. Appellanten voerden aan dat de woning eigendom was van hun kinderen en dat zij niet konden beschikken over het vermogen, maar deze verklaring werd onvoldoende geacht.
Ook de door appellanten overgelegde waardegegevens van de bouwgrond waren onvoldoende om het vermogen vast te stellen. Dringende redenen om af te zien van terugvordering werden niet aannemelijk gemaakt, omdat de financiële gevolgen pas bij daadwerkelijke invordering spelen en beschermingsregels bestaan.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt bevestigd.