ECLI:NL:CRVB:2019:657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing sollicitatie en geen compensatie voor militair wegens onvoldoende geschiktheid
Appellant, werkzaam als militair bij de krijgsmacht, solliciteerde naar een hogere functie binnen de defensieorganisatie. De staatssecretaris wees de sollicitatie af omdat appellant niet de meest geschikte kandidaat was. Een bezwaar tegen deze beslissing werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant vooral financiële compensatie en een betere positie bij toekomstige sollicitaties nastreefde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarbij zij oordeelde dat appellant wel procesbelang had en dat ook als de gekozen kandidaat niet aan alle functie-eisen voldeed, appellant niet in aanmerking kwam omdat een andere kandidaat beter geschikt was.
In hoger beroep stelde appellant dat de gekozen kandidaat niet aan de functie-eisen voldeed en betwijfelde hij de waarde van de functie-eisen. De Raad volgde de rechtbank en staatssecretaris en concludeerde dat appellant geen aanspraak kan maken op de functie, mede omdat hij erkende dat een tweede kandidaat hoger scoorde en meer geschikt was. Daarom is er geen reden tot compensatie, en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de sollicitatie wordt bevestigd zonder compensatie.