Uitspraak
16.2988 WIA, 16/7757 WIA, 17/6623 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, vroeg op 21 november 2014 een WIA-uitkering aan wegens rugklachten. Het UWV stelde op 8 april 2015 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar verklaarde bezwaar gegrond op 24 juli 2015 en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 35,87% arbeidsongeschiktheid.
Na meldingen van verslechtering in mei 2015 en augustus 2016 werden nieuwe verzekeringsgeneeskundige onderzoeken uitgevoerd. De FML’s van 8 juli 2015, 27 oktober 2015 en 8 september 2016 werden telkens als juist beoordeeld, waarbij de arbeidsdeskundige passende functies selecteerde. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen de besluiten ongegrond en vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldigheid of onjuiste beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten over onvoldoende rekening houden met haar beperkingen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motieven van de rechtbank en het UWV, bevestigde de zorgvuldigheid van de medische onderzoeken en de geschiktheid van de geselecteerde functies.
Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.