ECLI:NL:CRVB:2019:696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die later werd omgezet in een loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant vanaf 1 januari 2016 recht had op een WGA-vervolguitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank Gelderland vernietigde het besluit echter en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit vast, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat de geselecteerde functies niet geschikt voor hem waren. Hij verwees naar nieuwe medische rapporten en een beschikking van de rechtbank. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De medische rapporten waren van een latere datum en gaven geen inzicht in de situatie op de datum in geding.
De Raad bevestigde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende was gemotiveerd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het recht op WGA-vervolguitkering blijft gehandhaafd.