ECLI:NL:CRVB:2019:727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende motivering begeleidingsbehoefte Wajong
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het UWV inzake de Wajong-uitkering van appellant. De Raad had in een eerdere tussenuitspraak een motiveringsgebrek vastgesteld over de begeleidingsbehoefte die het gevolg is van de medische toestand van appellant. Het UWV heeft dit motiveringsgebrek hersteld door aanvullende rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige over te leggen.
De verzekeringsarts gaf aan dat appellant eenvoudige taken zelfstandig kan uitvoeren met beperkte begeleiding, waarbij geen sprake is van voortdurende controle. De arbeidsdeskundige bevestigde dat in de geselecteerde functies de vastgestelde begeleidingsbehoefte kan worden voorzien door reguliere leidinggevende en collega’s zonder bijzondere eisen aan begrip of geduld.
De Raad oordeelt dat het UWV met deze rapporten een deugdelijke motivering heeft gegeven, die niet is weersproken door appellant. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.