ECLI:NL:CRVB:2019:733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen op Wajong-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1949, heeft sinds 2004 meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege vermoeidheidsklachten en het syndroom van Asperger. Alle aanvragen zijn door het UWV afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vanaf haar 17e jaar 52 weken arbeidsongeschikt was.
In 2014 en later heeft appellante nieuwe medische gegevens ingebracht, waaronder rapporten van Lentis en een neuropsychologisch onderzoek, maar het UWV concludeerde dat deze geen nieuw licht werpen op haar medische situatie op haar 17e en 18e jaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het verzoek om terug te komen op het besluit van 2004 terecht is afgewezen omdat de nieuwe gegevens geen inzicht geven in de medische situatie en het functioneren van appellante op de relevante leeftijd. Ook het beroep op de huisartsverklaring en recente medische inzichten leidt niet tot een ander oordeel. Het bestreden besluit is niet evident onredelijk. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het Wajong-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.