ECLI:NL:CRVB:2019:735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na juiste vaststelling minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als kermismedewerker en viel uit wegens rugklachten na een val in 2008. Na een periode van ziekte en verschillende uitkeringen vroeg appellant in 2015 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant per 1 februari 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, wat leidde tot beëindiging van de WGA-uitkering.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en alle klachten en medische informatie waren betrokken bij de beoordeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gezondheidstoestand werd onderschat en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden, maar de Raad volgde dit niet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist en zorgvuldig waren en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellant adequaat waren vastgesteld. De Raad bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij per 1 februari 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was.