ECLI:NL:CRVB:2019:768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting van bijstand wegens verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 15 september 2016 tot 15 november 2016 in Nigeria. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht sloot appellant uit van bijstand voor de periode van 16 oktober tot en met 14 november 2016, omdat hij langer dan de toegestane periode buiten Nederland verbleef zonder toestemming.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wegens ziekte en ziekenhuisopname in Nigeria zeer dringende redenen had om niet terug te keren, onderbouwd met een medische verklaring. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat zeer dringende redenen alleen aan de orde zijn bij een acute noodsituatie, zoals levensbedreiging of blijvend ernstig letsel. De medische verklaring toonde een chirurgische ingreep en herstel met familiehulp, maar geen acute noodsituatie. Daarom was bijstandverlening niet onvermijdelijk. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag appellant uitsluiten van bijstand wegens verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen.