ECLI:NL:CRVB:2019:769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens niet overleggen financiële gegevens
Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat appellant niet de gevraagde financiële gegevens over zijn inkomen en vermogenssituatie vanaf februari 2016 had verstrekt, ook niet na een nadere termijn.
Appellant had tot 31 maart 2016 25 jaar in Egypte gewoond en gewerkt. Het college mocht daarom ook financiële gegevens over die periode vragen, omdat deze relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Appellant overhandigde slechts een bankafschrift van een in Nederland in april 2016 geopende rekening, maar geen gegevens over de periode in Egypte.
Het verweer van appellant dat hij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken, werd verworpen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt in bewijsnood te verkeren. Ook het feit dat zijn vader en echtgenote in Egypte verblijven, bood geen verklaring waarom hij de gegevens niet kon overleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de buitenbehandelingstelling en wees een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van gevraagde financiële gegevens.