ECLI:NL:CRVB:2019:769

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2019
Publicatiedatum
8 maart 2019
Zaaknummer
17/6424 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens niet overleggen financiële gegevens

Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat appellant niet de gevraagde financiële gegevens over zijn inkomen en vermogenssituatie vanaf februari 2016 had verstrekt, ook niet na een nadere termijn.

Appellant had tot 31 maart 2016 25 jaar in Egypte gewoond en gewerkt. Het college mocht daarom ook financiële gegevens over die periode vragen, omdat deze relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Appellant overhandigde slechts een bankafschrift van een in Nederland in april 2016 geopende rekening, maar geen gegevens over de periode in Egypte.

Het verweer van appellant dat hij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken, werd verworpen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt in bewijsnood te verkeren. Ook het feit dat zijn vader en echtgenote in Egypte verblijven, bood geen verklaring waarom hij de gegevens niet kon overleggen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de buitenbehandelingstelling en wees een veroordeling in de proceskosten af.

Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van gevraagde financiële gegevens.

Uitspraak

17.6424 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2017, 16/10104 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellqant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 19 februari 2019
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: S.A. de Graaff
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door D.L. Swart.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het college heeft de aanvraag om bijstand van appellant van 12 mei 2016 met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. De grondslag van dat besluit is dat appellant de door het college gevraagde gegevens, met name gegevens over zijn inkomen- en vermogenssituatie vanaf februari 2016, niet heeft verstrekt, ook niet nadat hem daartoe een nadere termijn was gegeven. De gevraagde gegevens waren, anders dan appellant stelt, van belang voor de beoordeling van de aanvraag. Omdat appellant tot 31 maart 2016 25 jaar in Egypte heeft gewoond en gewerkt, mag het college vragen om financiële gegevens voorafgaand aan zijn verblijf in Nederland. Die zijn immers van belang voor het recht op bijstand. Appellant heeft slechts één bankafschrift van een in Nederland in april 2016 geopende rekening overgelegd, maar geen financiële gegevens over de daaraan voorafgaande periode van zijn verblijf in Egypte.
De beroepsgrond van appellant dat hij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken, slaagt niet. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeerde. Nu de vader en de echtgenote van appellant in Egypte verblijven, valt ook niet in te zien waarom appellant de gevraagde gegevens niet kon verstrekken.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) S.A. de Graaff (getekend) O.L.H.W.I. Korte

LO