ECLI:NL:CRVB:2019:796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AOW-toekenning en partnertoeslag bij niet-verzekerd verblijf in Nederland
Appellant vroeg om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en een partnertoeslag. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) concludeerde dat appellant niet verzekerd was geweest in de periode van 1 januari 1977 tot 1 juli 1980 en wees het bezwaar af. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat hij in de betreffende periode in Nederland had gewoond en gewerkt en overhandigde een inschrijvingsbewijs van het Algemeen Ziekenfonds Rotterdam ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van zijn verblijf en werkzaamheden in Nederland in die periode. De Svb had pogingen gedaan om de opgegeven gegevens te verifiëren, maar zonder resultaat.
Daarnaast werd het recht op partnertoeslag afgewezen omdat de regeling per 1 januari 2015 was komen te vervallen en appellant pas vanaf oktober 2015 recht had op het ouderdomspensioen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van het ouderdomspensioen blijft beperkt tot 40% zonder partnertoeslag.