ECLI:NL:CRVB:2019:812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig medewerker tuinbouw, meldde zich in 2006 ziek vanwege psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat zij niet langer arbeidsongeschikt was en beëindigde de WGA-loonaanvullingsuitkering. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische problematiek onvoldoende was meegewogen en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief het betrekken van recente gegevens van een verpleegkundig specialist GGZ.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen en bevestigde dat appellante in staat is de geselecteerde functies te vervullen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd.