ECLI:NL:CRVB:2019:821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht door verzekeringsartsen die appellant persoonlijk hadden onderzocht en alle relevante medische informatie hadden betrokken. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd als juist beoordeeld, waarbij rekening was gehouden met zowel psychische als rugklachten.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV zijn beperkingen had onderschat en onvoldoende rekening had gehouden met medicatiebijwerkingen. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet, omdat de medicatie en beperkingen adequaat waren meegenomen in de beoordeling. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.