ECLI:NL:CRVB:2019:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reeds betaalde brillen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de Participatiewet voor vier brillen die hij al had aangeschaft en betaald voordat hij de aanvraag indiende. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten ten tijde van de aanvraag al waren voldaan, wat volgens artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet uitsluit dat bijzondere bijstand wordt toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Appellant voerde aan dat hij de brillen niet kon betalen uit zijn bijstandsnorm omdat hij geen inkomen had, maar dit verweer werd verworpen omdat de kosten zich niet meer voordeden op het moment van aanvraag.
Daarnaast stelde appellant dat door de betaling een schuld was ontstaan aan de bewindvoerder, maar bijzondere bijstand voor aflossing van schulden is uitgesloten op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de Participatiewet. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor vier brillen die appellant al had betaald wordt bevestigd.