ECLI:NL:CRVB:2019:838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet melden directeurschap van Britse bedrijven
Appellant ontving vanaf augustus 2014 bijstand en stond ingeschreven op een adres in Groningen. Uit onderzoek bleek dat appellant sinds januari 2015 en juni 2015 als directeur stond geregistreerd van twee bedrijven in het Verenigd Koninkrijk. Ondanks verzoeken heeft appellant geen informatie verstrekt over deze bedrijven, waaronder boekhouding en bankafschriften.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van januari 2015 in en vorderde de betaalde bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant niet dat hij de inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar stelt dat de bedrijven slapend waren en hij recht op bijstand had.
De Raad oordeelt dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat appellant niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan en appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij recht op bijstand had. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet melden van directeurschap en het niet verstrekken van gegevens wordt bevestigd.