ECLI:NL:CRVB:2019:87
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante, voormalig beveiligingsmedewerker, ontving een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV voerde een herbeoordeling uit waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op circa 52%. Appellante betwistte deze herbeoordeling en stelde dat zij meer beperkingen heeft en niet in de aangenomen urenomvang kan werken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede bestreden besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de urenbeperking passend en inzichtelijk was gemotiveerd, waarbij ook psychische en fysieke klachten adequaat waren betrokken.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, onderbouwd met een brief van een GZ-psycholoog. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank volledig. Het UWV is te allen tijde bevoegd tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid, ook bij stress voor de uitkeringsgerechtigde.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek of de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook de urenbeperking en de selectie van passende functies werden als deugdelijk gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.