ECLI:NL:CRVB:2019:880
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toekenning op grond van Wubo en AOR wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1940, verzocht meerdere malen om toekenningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) en de Algemene oorlogsongevallenregeling (AOR). Alle aanvragen werden afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de oorlogsgebeurtenissen hadden geleid tot blijvende invaliditeit of oorlogsletsel.
De medische adviezen van geneeskundig adviseurs, waaronder arts G.L.G. Kho, concludeerden dat de psychische klachten van appellant niet van dien aard waren dat sprake was van psychopathologie. De Raad stelde vast dat deze adviezen consistent en inzichtelijk waren gemotiveerd en dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid of onjuiste gronden.
Appellant voerde aan dat tijdens het medisch onderzoek niet volledig openheid was gegeven over zijn geestelijke gesteldheid, maar de Raad vond dit onvoldoende reden voor nader medisch onderzoek. Ook het ontbreken van een eigen psychiatrische expertise door appellant werd meegewogen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de besluiten van verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van toekenningen op grond van de Wubo en AOR wordt gehandhaafd.