ECLI:NL:CRVB:2019:889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Compensatie financiële nadelen herplaatsing ambtenaar in grensstreek
Appellant was sinds 2009 werkzaam bij de gemeente en werd vanwege formatiereductie herplaatst voor 0,5 fte. Na bezwaar en beroep werd appellant eervol ontslagen met een terugkeergarantie en aanspraak op financiële aanvulling van 50% van het salarisverschil. Het college stelde dat er geen sprake was van salarisachteruitgang en weigerde compensatie.
De rechtbank oordeelde dat de vergelijking van salarissen bruto moest plaatsvinden en dat het netto nadeel door werken in Duitsland voor eigen risico was. Wel werd vastgesteld dat het college een korting van 50% op het salarisverschil mocht toepassen vanwege de mobiliteitsomvang. Het onderzoek naar pensioencompensatie was onvoldoende grondig, en het college werd veroordeeld tot vergoeding van kosten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het werken in Duitsland geen onvoorziene situatie is en dat de korting van 50% op het salarisverschil terecht is toegepast. De berekening van pensioencompensatie door een deskundige is aanvaardbaar ondanks onzekerheden. Het beroep tegen het nader besluit over pensioencompensatie en proceskosten wordt deels gegrond verklaard en deels ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college mag een korting van 50% toepassen op het verschil in brutosalaris als compensatie voor herplaatsing.