ECLI:NL:RBDHA:2024:8528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde dwangsom wegens niet tijdig beslissen herzieningsverzoek
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het door verweerder vastgestelde bedrag van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op een herzieningsverzoek. Verweerder had de dwangsom vastgesteld op €253,-, gebaseerd op de periode van 15 tot en met 26 juni 2023, waarbij de ingebrekestelling per post als ontvangstmoment werd gehanteerd. Eiseres stelde dat zij de ingebrekestelling correct per mail had ingediend en dat verweerder de elektronische weg hiervoor had opengesteld, mede op grond van eerdere communicatie en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet uitdrukkelijk de elektronische weg had opengesteld voor het indienen van ingebrekestellingen per mail en dat de ingebrekestelling alleen per post of via het digitale formulier kon worden ingediend. Het feit dat de gemachtigde van eiseres moeilijkheden ondervond bij het digitale formulier en geen contact opnam met verweerder, kon niet voor rekening van verweerder komen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat eerdere mails geen toezegging inhielden dat ingebrekestellingen per mail konden worden ingediend en omdat in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging plaatsvindt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht was uitgegaan van de ontvangst per post op 1 juni 2023 als aanvangsdatum voor de dwangsom en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde dwangsom wordt ongegrond verklaard en de dwangsom van €253,- blijft in stand.