ECLI:NL:CRVB:2019:910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid over herkomst bankstortingen
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en overhandigde bankafschriften met daarop kasstortingen. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verzocht om bewijs van de herkomst van deze bedragen. Appellant overhandigde een verklaring van zijn tante en haar bankafschriften, maar deze toonden geen overeenstemming met de kasstortingen.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende concreet en verifieerbaar bewijs leverde dat het geld daadwerkelijk van zijn tante afkomstig was. Tijdens de zitting verklaarde appellant dat zijn tante ook contant geld uit een kapperszaak van haar partner zou hebben geleend, maar dit werd niet ondersteund door bewijs. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat de bewijslast van de financiële situatie bij de aanvrager ligt en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een geldige grond is voor weigering van bijstand. Omdat appellant geen duidelijke en verifieerbare verklaring kon geven over de herkomst van de kasstortingen, bleef de onduidelijkheid bestaan en werd het recht op bijstand niet vastgesteld.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de herkomst van kasstortingen.