ECLI:NL:CRVB:2019:925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant had in het verleden een Ziektewetuitkering ontvangen tot 27 september 1993 en meldde zich opnieuw ziek per 30 december 1993. Een besluit uit 1994 weigerde hem een Ziektewetuitkering omdat hij toen niet meer als verzekerde werd beschouwd. In 2016 vroeg appellant een WAO-uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat hij geen bewijs overlegd had van verzekering en stelde de aanvraag buiten behandeling. Na bezwaar wees het UWV de aanvraag af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die de eerdere weigering konden herroepen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij geen nieuwe informatie had aangeleverd die zijn verzekeringsstatus op 30 december 1993 bevestigde. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij arbeidsongeschikt is en medische informatie overlegde, maar dit betrof gegevens uit 1999 en 2014 die geen bewijs leverden van verzekering op het relevante moment.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het besluit handhaafde op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangetoond. Ook was er geen sprake van evident onredelijkheid van het besluit. De Raad bevestigde dat de WAO-aanvraag terecht werd afgewezen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.