ECLI:NL:CRVB:2019:953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijstand wegens ontbreken bankafschriften
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het college heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat appellante niet de gevraagde bankgegevens heeft verstrekt, ondanks een nadere termijn.
Vaststaat dat appellante geen bankafschriften heeft overgelegd van de laatste drie maanden van haar spaarrekening en die van haar minderjarige kinderen, evenals niet alle bankafschriften van haar betaalrekening over de maanden mei tot en met juli 2017. Deze gegevens zijn van belang voor de beoordeling van haar financiële situatie en daarmee haar recht op bijstand.
Appellante stelde dat haar bankgegevens via SUWI-net geraadpleegd konden worden, maar dit verweer is verworpen omdat bankafschriften niet als authentieke gegevens worden aangemerkt en niet via ministeriële regeling uit administraties kunnen worden verkregen.
Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wordt bevestigd. De buiten behandelingstelling blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De buiten behandelingstelling van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens het niet overleggen van bankafschriften.