Uitspraak
17.8294 AW
OVERWEGINGEN
op jaarbasis, met een ondergrens van 20.000 km;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de politie, kreeg in 2007 een functiegebonden dienstauto voor zakelijk gebruik. In 2016 besloot de korpschef dat hem op grond van het nieuwe Dienstautobeleid politie geen dienstauto meer permanent ter beschikking zou worden gesteld. Appellant moest de dienstauto binnen drie maanden inleveren. Hij voerde bezwaar aan, onder meer dat hij vanwege onvoorspelbaarheid van inzet en zakelijke kilometers recht had op een permanente dienstauto.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk was. De Raad volgt dit oordeel en stelt vast dat de korpschef de wegingscriteria zorgvuldig heeft toegepast. Het aantal zakelijke kilometers van appellant blijft onder de grens van 20.000 km en de onvoorspelbaarheid van inzet is minder dan bij andere teams die wel een dienstauto kregen.
Appellant voerde verder aan dat het beleid onredelijk is en dat het vertrouwensbeginsel geldt, maar de Raad oordeelt dat het overgangsbeleid binnen redelijke grenzen blijft en dat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan. Ook de hardheidsclausule is niet van toepassing. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef wordt bevestigd.