ECLI:NL:CRVB:2019:957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing volledig arbeidsongeschikt verklaring WIA-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan na het beëindigen van haar Ziektewet-uitkering. Het UWV kende haar een gedeeltelijke WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 59,14%. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was vanwege ernstige psychische en lichamelijke beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen onvoldoende medisch waren onderbouwd. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet zelfredzaam was op het gebied van zelfverzorging, gezin en sociale contacten en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op de datum in geding geen sprake was van een ernstige psychische stoornis zoals bedoeld in het Schattingsbesluit. Medische gegevens van PsyQ en andere rapporten toonden slechts matige depressieve klachten en geen ernstige stoornis. Persoonlijkheidsproblematiek leidde niet tot geen benutbare mogelijkheden. Ook lichamelijke klachten waren niet voldoende onderbouwd. De geselecteerde functies waren passend bij haar belastbaarheid.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is verklaard en wijst het hoger beroep af.