ECLI:NL:CRVB:2019:962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering na toetsing belastbaarheid
Appellant was uitzendkracht en meldde zich ziek met heup- en rugklachten na een val op het werk. Het UWV kende hem aanvankelijk ziekengeld toe, maar stelde na een medische en arbeidskundige toetsing vast dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid adequaat was vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer met verwijzing naar een revalidatiearts en medicijngebruik, en verzocht om een onafhankelijk deskundige. De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe relevante medische gegevens heeft overgelegd die zijn stellingen ondersteunen en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.