ECLI:NL:CRVB:2016:4971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering na toetsing belastbaarheid appellant
Appellant was werkzaam als medewerker cafetaria en meldde zich ziek met rugklachten. Na beëindiging van het dienstverband werd een Ziektewet-uitkering toegekend. Na een toetsing in het tweede ziektejaar stelde het UWV vast dat appellant met passend werk meer dan 65% van zijn loon kan verdienen, waardoor het recht op uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen door diabetes mellitus met neuropathie en rugklachten werden onderschat en dat het UWV onzorgvuldig was door geen informatie op te vragen bij zijn behandelend internist-endocrinoloog. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts een voldoende beeld had van de belastbaarheid en dat diabetes en rugklachten in de beoordeling waren meegenomen.
De Raad stelde vast dat er geen aanleiding was om aanvullende medische informatie te vragen, omdat er geen lopende of geplande behandelingen waren die het oordeel konden beïnvloeden. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Ziektewet-uitkering bevestigd.