ECLI:NL:CRVB:2019:967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering tweede krediethypotheek bijstand ondanks financiële omstandigheden appellant
Appellant was door het college van burgemeester en wethouders van Roermond een bedrag van €81.474,94 terugvordering opgelegd wegens eerder ontvangen bijstand, waarvan €11.212,89 onder een tweede krediethypotheek. Na verkoop van zijn woning werd een deel van de schuld afgelost, maar het bedrag onder de tweede hypotheek werd niet voldaan.
Het college verzocht alsnog betaling van dit bedrag en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat betaling onaanvaardbare financiële en sociale gevolgen voor hem zou hebben vanwege zijn leeftijd, slechte gezondheid en minimuminkomen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt om van de terugvordering af te zien. De gezondheidsproblemen en leeftijd waren geen reden, en appellant had zijn financiële situatie onvoldoende toegelicht. Het college stelde dat appellant al jaren maandelijks €100 aflost en hiertoe kennelijk in staat is.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €11.212,89 en wijst het hoger beroep af.