ECLI:NL:CRVB:2020:1029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring en korting AOW wegens niet-betaalde premies 2005-2006
Appellant is door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard wegens het niet betalen van premie volksverzekeringen over de jaren 2005 en 2006. De Svb heeft op basis hiervan een korting toegepast op de AOW-uitkering van appellant. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de aanslag over 2006 nooit heeft ontvangen en dat de vordering was verjaard.
De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanslag niet heeft ontvangen, mede gelet op correspondentie van de Belastingdienst in de periode 2010-2012 en het feit dat appellant een vast woonadres had. De stelling van appellant dat de vordering verjaard is, kan niet in deze procedure worden behandeld en dient bij de Belastingdienst te worden voorgelegd.
De Raad bevestigt dat de korting op de AOW-uitkering terecht is toegepast, omdat het besluit over 2005 formele rechtskracht heeft en de schuldig nalatigheid over 2006 eveneens terecht is vastgesteld. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd en de hoger beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht schuldig nalatig is verklaard en de korting op de AOW-uitkering terecht is toegepast.