ECLI:NL:CRVB:2020:1065

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 mei 2020
Publicatiedatum
7 mei 2020
Zaaknummer
20/56 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te laat indienen beroepschrift WIA-uitspraak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 november 2019. Volgens artikel 6:24 Awb Pro in samenhang met andere bepalingen geldt een termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift, ingaand de dag na toezending van de uitspraak. De uitspraak werd op 25 november 2019 toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 7 januari 2020 ontvangen, wat te laat is.

Appellant gaf als reden voor de overschrijding dat hij moeite had met het vinden van juridische bijstand en vertraging door de feestdagen. Ook dacht hij het beroepschrift alsnog tijdig te hebben ingediend. De Raad oordeelt echter dat deze redenen onvoldoende zijn om te concluderen dat appellant niet in verzuim was.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken op 6 mei 2020.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingediend beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 mei 2020
20/56 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
25 november 2019, 19/715 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 25 november 2019 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 7 januari 2020 ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 10 januari 2020 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft daarop bij brief, door de Raad ontvangen op 27 januari 2020, geantwoord dat hij moeite had met het vinden van juridische bijstand en dat hij enige vertraging heeft opgelopen door de feestdagen. Daarnaast voert appellant aan dat hij er vanuit ging het beroepschrift alsnog tijdig te hebben ingediend.
Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar
op 6 mei 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
GdJ