Uitspraak
18 oktober 2019, 18/7963 en 19/269 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient het griffierecht te worden betaald bij het indienen van het beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro is van toepassing op hoger beroep. De gemachtigde van appellant is tweemaal schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat appellant in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan zonder inhoudelijke behandeling worden beslist.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en de griffier L.R. Scherpenzeel-Carlier. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.