ECLI:NL:CRVB:2020:1094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen intrekking bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Appellant ontving sinds 2009 bijstand in de vorm van een geldlening. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen trok bij besluit van 21 februari 2017 het recht op bijstand met ingang van 5 september 2016 in en vorderde €60.240,56 terug wegens het niet melden van vermogen boven het vrijgestelde bedrag.
Appellant maakte in mei 2017 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege te late indiening. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij tijdens een telefoongesprek op 27 februari 2017 met een medewerker van het college had aangegeven bezwaar te willen maken en dat het college hem had moeten wijzen op de schriftelijke indieningstermijn.
De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdens het telefoongesprek had gemeld het niet eens te zijn met het besluit. De telefoonnotitie toonde aan dat het gesprek ging over een boetevoorstel en niet over het intrekkingsbesluit. Het verzuim was daardoor niet verschoonbaar. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzuim is niet verschoonbaar.