ECLI:NL:CRVB:2020:1098

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2020
Publicatiedatum
14 mei 2020
Zaaknummer
18-2353 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College veroordeeld in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bezwaar

Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam en was in beroep gegaan bij de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd ingesteld, maar later ingetrokken omdat het college met een nieuw besluit van 12 augustus 2019 volledig aan het bezwaar van appellante tegemoet was gekomen.

Namens appellante werd het hoger beroep ingetrokken en werd verzocht het college te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.

De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in het bezwaar kan worden veroordeeld in de kosten. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten, begroot op € 1.050,- voor het beroep en € 1.050,- voor het hoger beroep, in totaal € 2.100,-.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 mei 2020 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 2.100,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2018, 17/1320 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 13 mei 2020
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. B.G.M.C. Peters, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2019.
Bij fax van 13 augustus 2019 heeft mr. Peters namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met het nieuwe besluit van 12 augustus 2019 volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.050,- in beroep en € 1.050,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.100,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.J.A.M. van Brussel, in tegenwoordigheid van
P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2020.
(getekend) W.J.A.M. van Brussel
(getekend) P.A.M. Hulsdouw