Uitspraak
17.8225 WIA-T
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een WIA-uitkering ontvangen vanwege arbeidsongeschiktheid, vastgesteld op 39,49% na herbeoordeling door het UWV. Zij betwistte deze vaststelling en voerde aan dat haar beperkingen door fibromyalgie, CVS, ziekte van Graves en autisme niet volledig waren erkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders.
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek niet volledig was, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende nadere toelichting heeft gevraagd aan de behandelaars, terwijl deze een ernstiger beeld schetsten. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de re-integratiepogingen en de verslechtering van de gezondheidstoestand na de datum in geding.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen.
Uitkomst: Het medisch onderzoek is onvoldoende zorgvuldig, het UWV moet het besluit binnen zes weken herstellen.