ECLI:NL:CRVB:2020:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige toetsing belastbaarheid
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 12 december 2016, na een toetsing van zijn belastbaarheid in het tweede ziektejaar door het UWV. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het medisch onderzoek door de verzekeringsarts is zorgvuldig verricht en er is geen objectiveerbare medische informatie die aantoont dat appellant op de datum in geding meer beperkt was dan door het UWV vastgesteld. De door appellant overgelegde medische stukken betreffen een latere periode en bieden geen steun voor zijn stelling dat hij op de datum in geding zwaarder beperkt was.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de beroepsgronden van appellant voldoende heeft besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. Er is geen aanleiding om de beslissing van het UWV te wijzigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.