ECLI:NL:CRVB:2020:1123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was administratief medewerkster en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering vanwege beperkingen door lichamelijke en psychische klachten. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen de belastbaarheid van appellante overtuigend hadden toegelicht. Ook een aanvullend rapport van een andere arts gaf geen aanleiding tot twijfel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de uitspraak onjuist was, maar zij onderbouwde dit niet met nieuwe feiten of stukken. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante de voorbeeldfuncties kan vervullen en bevestigde de beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering omdat appellante de voorbeeldfuncties kan vervullen.