ECLI:NL:CRVB:2020:1135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep bij schikking
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn bijstandsaanvraag door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rechtbank had het beroep tegen het bezwaar ongegrond verklaard. Voor de Raad werd een schikking getroffen waarbij het college de invordering van ten onrechte betaalde voorschotten afboekt, waarna appellant het hoger beroep introk.
De Raad oordeelt dat de schikking niet ziet op de besluitvorming over de bijstandsaanvraag zelf, die ongewijzigd blijft. Hierdoor is er geen sprake van een tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom bestaat geen grond voor proceskostenveroordeling.
Het verzoek van appellant om het college te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 mei 2020.
Uitkomst: Het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.