ECLI:NL:CRVB:2020:1157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering IOAW-uitkering wegens niet gemelde verkoopactiviteiten op rommelmarkten
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds oktober 2013 een IOAW-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme melding over verkoopactiviteiten op rommelmarkten en via Marktplaats heeft de gemeente Drimmelen een onderzoek ingesteld. Dit onderzoek concludeerde dat appellant en zijn echtgenote vanaf september 2015 de inlichtingenverplichting schonden door deze inkomsten niet te melden en geen administratie bij te houden.
Het college trok daarop de uitkering in en vorderde de reeds ontvangen bedragen terug. Na bezwaar werd het besluit deels herzien, maar de intrekking en terugvordering over meerdere maanden bleef gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de inkomsten uit verkoop op rommelmarkten als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt volgens het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en de Wet inkomstenbelasting 2001. Appellant heeft de inlichtingenverplichting geschonden door deze inkomsten niet te melden, en heeft niet aannemelijk gemaakt wat de omvang van de inkomsten was. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de IOAW-uitkering worden bevestigd.