Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam eiseres], eiseres, te [woonplaats eisers] , tezamen: eisers,
het Drechtstedenbestuur, verweerder,
Procesverloop
,anders dan verweerder meent
,naar het oordeel van de rechtbank niet onontkoombaar tot de conclusie dat dat recht geheel moet worden ingetrokken. Verweerder is gehouden om, indien mogelijk, op grond van deze feiten schattenderwijs vast te stellen tot welk bedrag de betrokkene in ieder geval wel recht op uitkering zou hebben. De rechtbank leidt dit af uit bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 23 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:263. Het eventuele nadeel voor de betrokkene, voortvloeiende uit de resterende onzekerheden, mag daarbij volgens de Raad wegens schending van de inlichtingenplicht voor diens rekening worden gelaten.
nettonorm.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in de bestreden besluiten te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak,
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr. M. Lammerse, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2020.