ECLI:NL:CRVB:2020:1168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsnorm wegens ontbreken eigen woning en lagere lasten
Appellante was dakloos en verbleef vanaf 31 mei 2017 in een opvang van het Leger des Heils, waarvoor zij een eigen bijdrage betaalde. Het college verleende haar bijstand vanaf 23 juni 2017, waarbij de norm werd verlaagd met 10% van de gehuwdennorm vanwege het ontbreken van woonkosten. Appellante betwistte deze verlaging en stelde dat haar eigen bijdrage hoger was dan de normhuur en dat zij geen huurtoeslag ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat de opvang niet alleen onderdak bood, maar ook maaltijden, wasvoorzieningen en computergebruik, waardoor de eigen bijdrage niet volledig als woonkosten kon worden aangemerkt. Bovendien hield appellante na aftrek van de eigen bijdrage een vrij besteedbaar bedrag over dat hoger was dan de norm voor verblijf in een inrichting.
Appellante kon niet concreet maken dat zij niet in haar noodzakelijke kosten van bestaan kon voorzien en verscheen niet persoonlijk om dit toe te lichten. De Raad concludeerde daarom dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om van de beleidsregels af te wijken. De verlaging van 10% van de gehuwdennorm werd daarmee terecht toegepast en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsnorm met 10% wegens het ontbreken van woonkosten wordt bevestigd.