Uitspraak
17 4811 AOW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
9 augustus 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 1 december 2016 (bestreden besluit), de hoogte van het AOW-pensioen van appellant te wijzigen naar een pensioen voor een gehuwde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2009 een AOW-pensioen voor gehuwden. Na melding van zijn echtgenote dat zij apart ging wonen, werd het pensioen gewijzigd naar alleenstaande. Na onderzoek in 2016, inclusief huisbezoeken en verklaringen van beide echtgenoten, concludeerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven. De Svb wijzigde het pensioen terug naar gehuwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten ieder een eigen leven leiden alsof zij ongehuwd zijn, hetgeen niet het geval is als blijkt uit concrete feiten zoals financiële verstrengeling en regelmatig contact.
De verklaringen toonden aan dat appellant maandelijks een bedrag aan zijn echtgenote overmaakt en zij regelmatig contact hebben, samen koffie drinken en culturele activiteiten ondernemen. Dit duidt op het voortbestaan van de huwelijkse samenleving ondanks het feit dat zij niet samenwonen. De fiscale partnerschapstatus was niet doorslaggevend. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen van appellant blijft vastgesteld op het gehuwde niveau.