ECLI:NL:CRVB:2020:1172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid van 53% door UWV in WIA-uitkering
Appellante, laatst werkzaam als administratief medewerkster, heeft zich ziek gemeld wegens pijnklachten en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 53% op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde passende functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de medische en arbeidskundige rapportages.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij volledig arbeidsongeschikt is. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die na onderzoek concludeerde dat de beperkingen zoals opgenomen in de FML juist zijn en dat er geen objectieve medische gronden zijn voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en de rechtbank dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. De proceskosten werden niet toegewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante terecht heeft vastgesteld op 53%.