ECLI:NL:CRVB:2020:2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 45,14% in WIA-procedure
Appellant, laatstelijk werkzaam als timmerman, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 43,04% vast, later bij bezwaar en beroep gewijzigd naar 45,14% op basis van een deskundigenrapport en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De rechtbank benoemde een psychiater als deskundige, die een uitgebreid en consistent rapport opstelde. De rechtbank vond de beperkingen passend en oordeelde dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door psychische klachten niet kan samenwerken en het vereiste handelingstempo niet kan halen, en achtte zichzelf volledig arbeidsongeschikt. De Raad volgde dit niet vanwege het ontbreken van medische onderbouwing en bevestigde het oordeel van de deskundige en de rechtbank.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat het hoger beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 45,14% arbeidsongeschiktheid door het UWV.