ECLI:NL:CRVB:2020:1188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten naar grotere woning wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten gerelateerd aan zijn verhuizing naar een grotere woning, waaronder kosten voor een koelkast, wasmachine, gasfornuis, woninginrichting en opknapkosten. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de verhuizing noodzakelijk was omdat hij in de vorige kamer met gedeelde faciliteiten zijn kinderen niet kon ontvangen. De Raad oordeelde echter dat het feit dat de oude woning klein was en gedeelde faciliteiten had, niet volstond om van een noodzakelijke verhuizing te spreken. Bovendien was niet aannemelijk gemaakt dat appellant zijn kinderen niet kon ontvangen in de oude woning.
De Raad benadrukte dat de kosten die voortkomen uit de keuze om te verhuizen voor rekening van appellant blijven, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar zijn. Omdat deze ontbraken, werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand wegens het ontbreken van een noodzakelijke verhuizing en bijzondere omstandigheden.