ECLI:NL:CRVB:2020:1195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen en geschiktheid drempelfunctie
Appellant vroeg op 24 augustus 2015 een Wajong-uitkering aan wegens depressie en gedragsproblemen. Het UWV weigerde op 30 december 2015 de uitkering toe te kennen omdat appellant arbeidsvermogen heeft en niet in aanmerking komt voor een indicatie banenafspraak. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant basale werknemersvaardigheden bezit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, dat hij niet in staat is tot arbeidsparticipatie en dat de toegewezen taken ongeschikt zijn vanwege zijn gedragsstoornissen. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant's herhaalde gronden onvoldoende aanleiding geven om de eerdere beoordeling te wijzigen. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de conclusies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige overtuigend. De depressieve klachten stonden het arbeidsvermogen niet in de weg en de gedragsproblemen konden met begeleiding worden beheerst.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellant in staat is een drempelfunctie te vervullen en het minimumloon te verdienen, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering terecht is. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant beschikt over arbeidsvermogen en een drempelfunctie kan vervullen.