ECLI:NL:CRVB:2020:1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende post. Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, hetgeen een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken. Op grond van de beschikbare gegevens is redelijkerwijs niet te oordelen dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, en uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.