ECLI:NL:CRVB:2020:1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet gemeld bezit onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 2007 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Zij gaven op een formulier aan eigenaar te zijn van een woning in Turkije, maar maakten geen melding van het bezit bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb liet onderzoek verrichten via het Bureau Attaché in Ankara, waaruit bleek dat de woning een waarde had die de vermogensgrens overschreed.
De Svb trok daarop de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat het onderzoek in Turkije onrechtmatig was, omdat het zonder toestemming van Turkse autoriteiten en in strijd met Turkse privacywetgeving was uitgevoerd, en dat dit een onaanvaardbare inbreuk op hun privéleven vormde.
De Raad oordeelde dat alleen de rechtmatigheid van het bewijs volgens Nederlands recht relevant is, waarbij internationale en Europese regelgeving wordt betrokken. De onderzoeksbevoegdheid van de Svb is wettelijk verankerd en kan zonder vermoeden worden uitgeoefend. De Raad vond dat het raadplegen van het onroerende zaakbelastingregister een proportionele en subsidiële inbreuk op het privéleven vormt, en dat het onderzoek in Turkije geen strijd oplevert met artikel 8 EVRM Pro.
Verder verwierp de Raad het betoog van appellanten dat zij niet hebben gefraudeerd of onjuiste informatie hebben verstrekt. Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet gemeld bezit van onroerend goed in Turkije.